Zwaartekracht-subsidie voor vernieuwende blik op technologie

Zwaartekracht-subsidie voor vernieuwende blik op technologie

Topwetenschappers op het gebied van ethiek en filosofie van technologie gaan aloude filosofische kernbegrippen herzien, zoals autonomie, rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid, die door technologische ontwikkelingen worden uitgedaagd. Dat moet leiden tot een vernieuwende blik en meer grip op de grote veranderingen die nieuwe technologieën op het gebied van bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie, synthetische biologie en klimaattechnologie teweegbrengen. De onderzoekers ontvangen daarvoor een bijdrage van 17,9 miljoen euro uit het Zwaartekracht-programma van het Ministerie van OCW. Het programma, dat een looptijd heeft van tien jaar, is een samenwerking van onderzoekers van de Universiteit Twente, TU Delft, Universiteit Utrecht en TU Eindhoven, waarin ook Wageningen University & Research, Universiteit Leiden en Universitair Medisch Centrum Utrecht deelnemen.

Disruptieve technologie

Nieuwe technologieën schieten momenteel als paddenstoelen uit de grond. Denk aan innovaties op het gebied van kunstmatige intelligentie, robotica, nanogeneeskunde, moleculaire biologie, neurotechnologie en klimaattechnologie. Het zijn uiteenlopende voorbeelden met één ding gemeen: ze hebben de potentie om grote veranderingen teweeg te brengen in het dagelijks leven, zowel sociaal, cultureel als economisch. Ze leveren mogelijk een positieve bijdrage aan grote wereldvraagstukken als klimaatverandering en de uitputting van grondstoffen. Maar ze roepen ook ingewikkelde morele vraagstukken op die vragen om ethische reflectie. Elementaire onderscheiden als de grens tussen natuurlijk en kunstmatig en de perceptie van vrijheid en verantwoordelijkheid worden beproefd en waarden als privacy, vrijheid en gelijkheid kunnen onder druk komen te staan.

Heroriëntatie

De onderzoekers spreken van een “heroriëntatie op het gebied van de ethiek van technologie”. Ze gaan binnen het programma nieuwe methoden ontwikkelen die noodzakelijk zijn om de ontwikkeling en implementatie van de nieuwe generatie disruptieve technologieën beter te begrijpen, moreel te kunnen evalueren en te kunnen interveniëren in de wijze waarop de technologie zich verder ontwikkelt. Dit omvat het ontwikkelen van een benadering om ethische en filosofische aspecten van disruptieve technologie die breed toepasbaar is. Ook gaat het om samenwerking tussen ethici, filosofen en technisch wetenschappers gericht op het vinden van betere methoden voor verantwoorde en duurzame innovatie. Een doel van het programma is verder om in brede zin de ethiek en filosofie te vernieuwen door te onderzoeken hoe klassieke ethische waarden en filosofische begrippen uitgedaagd worden door moderne technologie.

Koplopers

Het programma is niet alleen uniek voor Nederland, ook internationaal. De Nederlandse wetenschappers behoren tot de wereldtop in hun vakgebied; in het ethisch en filosofisch duiden van nieuwe technologie en hun impact op de samenleving alsmede in het ontwikkelen van kaders voor verantwoorde innovatie. De vier technische universiteiten in Nederland, verenigd in 4TU, hebben hun krachten op het gebied van ethiek en technologie reeds verenigd in het 4TU Centre for Ethics and Technology.

Het zwaartekracht-programma

Het programma Zwaartekracht, gefinancierd door het Ministerie van OCW, richt zich op excellente wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s. NWO, de nationale wetenschapsorganisatie, begeleidt het programma in opdracht van het ministerie. In deze ronde is aan zes projecten een bijdrage toegekend van in totaal 113,5 miljoen euro. Met de bijdrage kunnen toponderzoekers gedurende een periode van tien jaar vernieuwende onderzoeks- en samenwerkingsactiviteiten ondernemen met een fundamenteel karakter. Het project is het eerste op het gebied van filosofie dat een bijdrage ontvangt uit het Zwaartekracht-programma.

Afbeelding: Universiteit Twente

Hoofdaanvrager: Prof. dr. P.A.E. Brey (Universiteit Twente)
Mede-aanvragers: Prof. dr. ir. I.R. van de Poel (TU Delft), Prof. dr. I.A.M. Robeyns(Universiteit Utrecht), Prof. dr. S. Roeser (TU Delft), Prof. dr. ir. P.P.C.C. Verbeek(Universiteit Twente), Prof. dr. W.A. IJsselsteijn (TU Eindhoven)

Deelnemende instituten: Universiteit Twente, TU Delft, Universiteit Utrecht en TU Eindhoven, Wageningen University & Research, Universiteit Leiden en Universitair Medisch Centrum Utrecht

Wilt u reageren?

Uw email adres wordt niet weergegeven bij uw reactie.

Share This

Share This

Share this post with your friends!